Het dorp Velsen
Velsen wordt in 690 voor het eerst genoemd, als de Frankische vorsten aan de monnik Engelmundus toestemming geven een kerkje te bouwen. Velsen ligt aan de Noord - Zuid route door Holland en groeit uit tot een kerkelijk centrum. Rond de 14e eeuw doen verhalen de ronde over de wonderen die met het water van de langs de kerk stromende Engelmundusbeek kunnen worden verricht. Die wonderen gebeuren uiteraard op voorspraak van de heilige Engelmundus, thans patroonheilige van Velsen. Het inmiddels vergrote kerkje wordt tijdens de strijd met de Spanjaarden grotendeels verwoest. Het oudste, tufstenen gedeelte wordt in 1596 herbouwd en is tot de dag van vandaag nog in gebruik als kerk.
Aan de rand van het dorp verrijzen in de 17e en 18e eeuw landgoederen als 's Gravenlust, Meervliet, Meershoef, Waterland, Beeckestein en Velserbeek. Amsterdamse kooplieden laten hier grote, statige landhuizen bouwen, die makkelijk bereikbaar zijn via het water en leggen prachtige tuinen aan. Alleen de laatste drie buitenplaatsen zijn behouden gebleven.
Door het graven van het Noordzeekanaal en de eerste zeesluis in 1876 ontstaat IJmuiden. Door verbredingen van het kanaal, verdwijnt een deel van het oude dorp Velsen. Het verval wordt tot staan gebracht als in 1968 het dorp de status van "beschermd dorpsgezicht" krijgt. Sindsdien zijn de meeste huizen gerestaureerd.